• Op rekening bestellen én achteraf betalen
  • Gratis verzending t/m 31-12-2017!
  • Voor particulier én professional

Tips uit Wiebelen en friemelen

Omslag Wiebelen en friemelen in de klasIedere leraar kent ze wel: leerlingen die altijd met hun stoel zitten te wippen of zich het liefst de hele dag verschuilen in hun capcuhon. Het lijkt alsof deze leerlingen niet betrokken zijn bij de les en totaal niet opletten. Lastig gedrag, zou je denken, maar in werkelijkheid zetten deze leerlingen allerlei trucs in om juist wél bij de les te kunnen blijven. Ze zijn zintuiglijk onder- of overprikkeld en proberen hun balans te herstellen. Met dit boek wordt duidelijk hoe nuttig het is om te wiebelen en friemelen in de klas! Op heldere wijze wordt uitgelegd hoe zintuiglijke prikkelverwerking verloopt, zowel bij de leerlingen als de leraar zelf. Wiebelen en friemelen in de klas is geschreven door Carmen Lamp (docent en pedagoog, trainer en adviseur) en Monique Thoonsen (fysiotherapeut, pedagoog, trainer en adviseur en gespecialiseerd in zintuiglijke prikkelverwerking). Hieronder staat (met toestemming van de auteurs) uitgelegd hoe bepaalde strategieën werken en worden hulpmiddelen besproken die je daarbij kunt gebruiken (incl. de link naar de beschreven hulpmiddelen). Meer weten over dit boek? Klik hier...

Strategie: kauwen

Kauwen, sabbelen en zuigen werkt regulerend wanneer je gespannen bent, maar ook wanneer je sloom bent. Het is een veelgebruikte strategie. Iedereen gebruikt wel eens zijn mond om spanning te beïnvloeden, door bijvoorbeeld zijn lippen samen te knijpen, op een pen te kauwen, op zijn nagels te bijten of op een dropje te sabbelen. Wanneer je onderprikkeld bent, helpt kauwen omdat je je spieren gebruikt, wat activerend werkt. Wanneer je overprikkeld bent, fungeert kauwen als een soort uitlaatklep, je kunt er spanning mee verminderen. Door te kauwen kun je stoom afblazen en kalmeren. Je hebt hulpmiddelen in de vorm van een ketting, armband of sleutelhanger en ook materiaal dat achter op een potlood of dunne pen gezet kan worden. Op die hulpmiddelen kun je kauwen, maar ook sabbelen en zuigen. Klik hier voor een compleet overzicht van alle kauwhulpmiddelen.

Strategie: diepe druk en proprioceptieve prikkels

Deze strategie is relatief onbekend en zullen we daarom wat uitgebreider toelichten. De hersenen onderscheiden twee soorten prikkels via de huid:

  • Een prikkel waarvan de hersenen concluderen dat deze van buitenaf komt. Bij lichte druk of lichte aanraking - bijvoorbeeld door kietelen, heel lichte wrijving of door het alleen aanraken van de haartjes - worden alleen de bovenste huidlagen aangeraakt. Ook insecten, spinnen of krassende takjes zorgen voor een lichte aanraking. Bij deze prikkels wordt een alarmsignaal afgegeven. Prikkels van buitenaf kunnen schadelijk zijn en door de associatie met gevaar wordt er bij lichte aanrakingen betrekkelijk snel aan de bel getrokken. Lichte aanraking heeft daardoor vaak een afweerreactie tot gevolg.
  • Een prikkel waarvan de hersenen concluderen dat deze van binnen komt. Wanneer je rustig en heel stevig aangeraakt wordt, wordt deze prikkel waargenomen in de diepere huidlagen; daarom noemen we dit 'diepe druk'. Ook wordt deze prikkel voor een deel opgemerkt door proprioceptoren (het zintuig dat beweging en houdingen registreert, via sensoren in de spieren en gewrichten). De hersenen denken dus dat deze prikkels uit het eigen lichaam komen. Diepe druk voelt daarom hetzelfde als prikkels vanuit beweging en die prikkels zijn over het algemeen veilig. Diepe druk wordt daardoor meestal fijn gevonden.

Rustig toegepaste diepe druk heeft een kalmerende werking. Dit komt doordat diepe druk en proprioceptieve informatie in dezelfde delen van de hersenen verwerkt worden als waar stress geregeld wordt. Van stress word je hyperalert, waardoor er meer prikkels als VIP behandeld worden en je overprikkeld raakt. De proprioceptieve en diepe drukprikkels zwakken dit mechanisme af, waardoor prikkels hun VIP-status verliezen. Stevig vasthouden, wrijven, strak in een deken wikkelen, strakke kleding dragen of onder een zware deken liggen, zijn allemaal manieren om diepe druk te voelen. Zwaar werk waarbij je veel spieren gebruikt, zoals iets dragen, duwen of trekken of sporten, geeft ook diepe druk. Wanneer diepe druk snel, onregelmatig en onverwacht toegepast wordt, werkt het activerend. Klik hier voor een compleet overzicht van hulpmiddelen voor diepe druk.

Strategie: iets dragen tijdens een overgang

Door de leerling iets in zijn handen te laten dragen, geef je hem letterlijk en figuurlijk houvast die kan helpen de overgang te maken. Voor de onderprikkelde leerling geeft dit focus. Hij moet bijvoorbeeld zijn aandacht er goed bij houden, anders laat hij wat vallen. Die focus werkt activerend, waardoor zijn alertheid omhoog gaat. Een stapeltje boeken of een doos of krat met gymspullen heeft door het gewicht een kalmerend effect, wat fijn is voor de overprikkelde leerling. Deze leerling zou ook een rugzak kunnen dragen met extra gewicht, dat geeft diepe druk die kalmerend is. Klik hier voor een compleet overzicht van verzwaarde hulpmiddelen.

Strategie: friemelen

Het is lekker om te friemelen. Iedereen doet het wel eens, bijvoorbeeld tijdens een vergadering, het tv-kijken of een telefoongesprek. Ook tijdens een discussie willen mensen nog wel eens iets in hun handen nemen. Het is fijn om met je vingers te bewegen en om op een bepaalde manier houvast te hebben door iets vast te pakken of te tekenen. Zo kun je je hoofd erbij houden (activeren) of spanning kwijtraken (kalmeren). Friemelen staat benoemd bij activerende en kalmerende strategieën. Wanneer je onderprikkeld bent, geeft friemelen extra prikkels aan je lichaam die activerend werken. De leerling die deze extra prikkels nodig heeft, zal vaak harder aan het friemelhulpmiddel trekken en duwen om prikkels te krijgen. De leerling die overprikkeld is, kan het friemelen gebruiken om zijn aandacht af te leiden van een storende prikkel of om spanning kwijt te raken. Zo kalmeert hij met behulp van friemelen. Klik hier voor een compleet overzicht van friemelhulpmiddelen.

Strategie: staand werken

Schrijf- en leestaken kun je staand uitvoeren, aan een kast of plank op ellebooghoogte. Staan vraagt om meer spieractiviteit, dit is activerend waardoor een leerling zich beter blijft concentreren. Hierdoor kan hij schoolwerk (luisteren, lezen, schrijven) goed uitvoeren.

  • Een leerling met een slappe, hangerige zithouding laat, als hij staand schrijft, vaak een beter handschrift zien. Doordat hij staat zijn er meer spieren aan het werk in zijn romp. Daardoor is er een goede basis voor de motoriek van schouders en armen.
  • Als een leerling het lastig vindt om zich lang te focussen op het lezen van een boek, houdt hij dit langer vol als hij staat.
  • Wanneer er lang geluisterd moet worden, zakt een leerling minder snel weg waneer hij (af en toe) kan staan terwijl hij luistert.
  • Staand kan een leerling bij het hardop lezen beter zijn adem gebruiken. Staand is het makkelijker om je romp rechtop te houden en zo is er meer ruimte voor je longen.

Klik hier voor een snel in hoogte verstelbare zit-sta tafel. Handig wanneer er een beperkt aantal staplekken in het lokaal is en meerdere leerlingen er gebuik van willen maken.

Strategie: wiebelkussen

Voor een onderprikkelde leerling kan het moeilijk zijn om stil te zitten. Hij heeft behoefte aan activerende prikkels en die krijgt hij door te bewegen, bijvoorbeeld door met zijn stoel te wippen. Maar met een stoel wippen kan storend zijn, je kunt daarom ook een wiebelkussen gebruiken. Een wiebelkussen is een kussen dat je op een stoelzitting legt. Het kussen zorgt ervoor de leerling zelf minder beweging creëert om zich prettig te voelen en op te kunnen letten. Door het wiebelkussen zijn de spieren van de leelring continu actief. Zo krijgt het lichaam nieuwe prikkels en moet het zich steeds aanpassen aan een nieuwe situatie. Er is extra alertheid en daardoor een betere concentratie. Klik hier voor een compleet overzicht van alle wiebelkussens.

Strategie: wiebelplank

Een wiebelplank is een plank waar je op gaat staan en waar je op balanceert. Het is een activerende strategie, die gebruikt kan worden als bewegingstussendoortje, maar ook tijdens het stampen van rijtjes zoals de tafels van vermenigvuldiging. Klik hier voor een wiebelplank.

Strategie: gehoorbescherming

Voor een overprikkelde leerling heeft gehoorbescherming een kalmerend effect. Een gehoorbeschermer onderdrukt geluid, waardoor je minder last hebt van omgevingsgeluiden. Gebruik gehoorbescherming bijvoorbeeld tijdens zelfstandig werken, terwijl de leerkracht instructies geeft aan anderen of met een deel van de leerlingen aan het overleggen is. Ook bij bijeenkomsten, op het schoolplein of tijdens excursies kan gehoorbescherming van pas komen. Een leerling kan het eng vinden om een gehoorbeschermer op te doen, omdat hij zich niet veilig voelt wanneer hij niet alles kan horen. Een oplossing daarvoor is dat de leerling op een plek gaat zitten waar hij een goed overzicht heeft over de ruimte. Zo kan hij zien of er iets onveiligs gebeurt. Klik hier voor een compleet overzicht van alle gehoorbeschermers.

Strategie: concentratieschermen

Als een leerling snel afgeleid is door wat er om hem heen te zien en te horen is, kun je zijn werkplek afschermen. Er zijn verschillende manieren om deze kalmerende strategie toe te passen. Je kunt een plek maken achter een kast, op de gang of in een hoek van het lokaal waar weinig geloop en gedoe is. Wanneer de leerling op zijn eigen plek blijft zitten, kun je werken met concentratieschermen of -schotten. Of je kunt met behulp van deze schermen en schotten een speciale 'stilteplek' maken in het lokaal. Klik hier voor een concentratiescherm.